Studiedag Meerstemmig Geloven

afbeelding van Jos Somsen

Studiedag Meerstemmig Geloven – Inspiratie voor Het Venster? 

Op zaterdag 20 september 2014 woonde ik in Klooster Huissen een studiedag bij van het Dominicaans Studiecentrum over meerstemmig geloven, onder leiding van theologe Manuela Kalsky en filosoof en zen-leraar André van der Braak. Ik werd aangetrokken door de beschrijving van het onderwerp van de dag: ‘Een toenemend aantal mensen vervult de behoefte aan zingeving door uit meerdere religieuze bronnen te putten. In de theologie en de religiewetenschappen wordt dit verschijnsel als multiple religious belonging (MRB) omschreven: meervoudige religieuze verbondenheid.’  In dit artikeltje verbind ik wat ik daar geleerd heb aan wat persoonlijke reflecties over Het Venster.

Multiple Religious Belonging ...
... zou dat woorden kunnen geven aan waar we binnen Het Venster mee bezig zijn, en aan wat ons verbindt? Ik ging op onderzoek uit. Zo’n vijftig mensen hadden zich verzameld op een grote zolderruimte van het klooster, we kregen presentaties over het verschijnsel MRB, zowel in Het Westen als in Japan en China, en gingen in subgroepjes in gesprek aan de hand van een fragment uit het boek ‘Flexibel geloven’. Het was een interview met Diana Vernooij, in haar vrije tijd een van de voorgangers in oecumenische basisgemeente De Duif in Amsterdam (een gemeenschap die naar mijn idee wel wat weg heeft van Het Venster). In haar eigen spiritualiteit put ze vooral uit de christelijke traditie en het boeddhisme, en geeft daar haar geheel eigen invulling aan. Ik vond het heel herkenbaar en inspirerend.

Geloofstradities
Het begrip geloofsovertuiging blijkt een westerse manier te zijn van kijken naar religie. In Het Westen is religie sterk verbonden met het onderschrijven van een bepaalde set waarheden. Als je die aanneemt, dan geloof je binnen die traditie. Die traditie bepaalt ook je identiteit: Je bent óf protestant óf katholiek óf jood óf moslim. Dit is in Het Oosten anders. Daar heeft religie meer te maken met religieuze hulpbronnen waar je naar behoefte uit kunt putten. Japanners bijvoorbeeld mixen onbekommerd allerlei rituelen, en zijn er niet mee bezig of dat nu boeddhistisch of taoïstisch is. En als je Japanners dan vraagt welke religie ze aanhangen, dan blijkt 80% boeddhist, 90% shintoïst en nog eens 90% confucianist. Terwijl slechts 13% lid is van een religieuze organisatie. Nog een ander verschil: In Het Westen gaat religie sterk over het individuele verlangen en de zoektocht naar verbinding van het aardse (de mens) met het goddelijke (God/Allah/JHWH). Zelfs mensen die niet meer in een persoonlijke God kunnen geloven, verwoorden soms wel een behoefte daaraan: ‘Mijn ziel verlangt naar een tegenover die mij aanziet.’ Ook zie je in westerse tradities veel sterker het verlangen naar een betere wereld, een ‘nieuw Jeruzalem’. In oostelijke religies is er geen ‘boven’ en ‘beneden’, maar toont de werkelijkheid zich aan ons vanuit verschillende perspectieven, die allemaal een stukje van de waarheid laten zien. De werkelijkheid is wat die is, het leven is hier-en-nu. Als je vraagt naar de geloofsovertuiging kijken mensen je glazig aan, maar ze kunnen je wel vertellen over hun beoefening van religie (rituelen, meditatie, het pad van de boeddha, etc.).

Maar Het Westen heeft niet stilgezeten (Het Oosten overigens ook niet). Inmiddels geloven veel mensen in Nederland niet meer dat één religie alle antwoorden kan geven. Mensen gaan meer vertrouwen op eigen ervaring en ontwikkelen eigen overtuigingen: Wat ik aan den lijve ervaar (of: wat ik denk) klopt, voor mij. De weigering om je vast te leggen op één bron, één waarheid, één antwoord, één identiteit (waarbij andere overtuigingen minder goed zouden zijn) heeft veel mensen in Het Westen doen besluiten zich af te keren van gevestigde religies, en hier niks meer mee te maken te willen hebben. 
Maar tegen welke prijs? Want de gevestigde religies gaven ons behalve een set geloofsovertuigingen ook bijvoorbeeld een gemeenschap van gelijkgestemde mensen, een gevoel van ‘belonging’ (ergens ‘thuis’ zijn) en ‘omzien naar elkaar’. Rituelen die ons helpen betekenis te geven aan ingrijpende levensgebeurtenissen. Dagelijkse gebruiken (bijvoorbeeld een manier om samen bewust de maaltijd te beginnen, stil te staan bij leed dat ons via de media bereikt, en de dag te beginnen of af te ronden). Een ritme in de week en in het jaar. Verhalen, teksten, symbolen en liederen die ons raken, inspireren en bezielen, die richting geven aan ons leven, die ons helpen het mysterie van ons leven te vieren. Enzovoort, enzovoort …

Identiteit en groei
Het Venster geeft naar mijn idee vorm aan een deel van die andere functies van religie. Bewustzijn hiervan kan ons denk ik verder helpen woorden en inhoud te geven aan wie we zijn, onze identiteit zo je wilt. Als ik in mijn begintijd bij Het Venster aan anderen vertelde over wat we waren, dan drukte ik me vooral uit in ‘niet’-termen: We zijn geen kerk, ons belangrijkste dogma is dat we geen dogma’s hebben. Ik was daar niet alleen in. Het leek een reactie op de traditie waarin geloofsovertuigingen en geloofspraktijken werden voorgeschreven. Ik zie dat we als gemeenschap in de loop van de tijd zijn gegroeid in het verwoorden van ‘wel’-termen, wat we wél zijn, bijvoorbeeld in onze naam: Het Venster, ruimte voor bezinning en bezieling.

Voor velen van ons (maar niet iedereen!) is een vorm van christendom de traditie waar we uit voortkomen, maar andere oude en nieuwe tradities (boeddhisme, soefisme, new age, cursus in wonderen, kunst, filosofie, ethiek, socialisme, humanisme, …) zijn een bron van inspiratie gaan vormen waar leden van Het Venster zich in meer of mindere mate bij thuis voelen. 
Tradities kennen beperkingen, maar tradities kunnen ook diepgang bieden aan je spirituele beleving. Dat wordt verbeeld in de uitspraak: Je kunt beter één diepe put graven dan tien ondiepe kuilen. Door sommigen wordt dit beeld gebruikt als argument tegen wat zij noemen shoppen in allerlei tradities. Persoonlijk ben ik helemaal niet tegen shoppen, onder het motto ‘onderzoek alles en behoud het goede’. Maar ik herken wel de behoefte om mij soms wat dieper onder te dompelen in één gedachtegoed of traditie, om daar de rijkdom van te kunnen ervaren. 
Nu nog komen veel mensen in Nederland uit een redelijk vast omlijnde religieuze traditie. Zij voelen soms de drang zich aan die traditie te ontworstelen, omdat ze die als belemmerend ervaren. Anderen gaan juist vanuit hun eigen traditie op zoek naar wat hen nog meer voedt en inspireert. De soefi dichter Rumi verwoordt dat als volgt: Met mijn ene been sta ik stevig in mijn eigen traditie, met het andere been ga ik de hele wereld rond.

Er groeit nu een generatie op die vaak geen binding meer heeft met een bepaalde traditie, geen eigen traditie heeft. Ze zijn in die zin onbelast, ze hebben niets om mee af te rekenen, maar ook niets om uit te putten. Wanneer ze wel een spirituele behoefte hebben, gaan zij onbekommerd op zoek naar de rijkdom van verschillende religieuze en levensbeschouwelijke stromingen. 
Ook in onze gemeenschap putten wij uit vele tradities. Toch bespeur ik soms een ongemak met tradities: Sommigen willen binnen Het Venster het liefst zo weinig mogelijk christendom zien (kruis, bidden tot een God, een bijbeltekst, een lied uit het liedboek), voor anderen biedt het christendom juist een schat aan teksten, liederen en rituelen waar zij graag uit putten en die inspiratie biedt. Datzelfde geldt ook voor andere tradities: De een verbindt zich gemakkelijk met meditatie en energie en chakra’s, terwijl een ander daar al heel snel genoeg van heeft. En dat kan schuren, want het gáát wel ergens over, over wat je leven zin en richting geeft bijvoorbeeld. Mogen al die tradities er zijn in onze gemeenschap? En mag het ongemak er ook zijn? Kunnen we elkaar daarin ontmoeten?

Pluralisme

Op de studiedag werden twee manieren benoemd waarop je met die diversiteit om kunt gaan: passief pluralisme en actief pluralisme. 
Passief pluralisme kenmerkt zich door ‘laat duizend bloemen bloeien, ieder z’n eigen waarheid, wie ben ik om daar iets van te vinden, zolang ik er geen last van heb, vind ik alles prima, ik kom als ’t me aanspreekt en anders blijf ik thuis.’ 
Actief pluralisme kenmerkt zich door uitwisseling en ontmoeting, het benoemen van verschillen en irritaties, je verdiepen in wat de ander beweegt, bezwaart en bezielt (ook als je dat niet direct begrijpt), het benoemen van wat er op het spel staat en wat je wezenlijk raakt. Vanuit een onderliggend besef van onze gedeelde menselijkheid en ons gedeelde verlangen naar geluk en vrede voor allen. Dat actief pluralisme, daar wil ik me graag mee verbinden!

Het boek ‘Flexibel geloven’ staat inmiddels in de bibliotheek van Het Venster. Van harte aanbevolen!

Jos Somsen, 27 september 2014

 

Stijlvorm van de geschreven bijdrage: 

Reactie toevoegen

You must have Javascript enabled to use this form.